Regievoeren in situaties met een complexe dynamiek is topsport. Het vraagt om voldoende afstand om helder te kunnen waarnemen én voldoende nabijheid om contact te maken. Het vraagt leiderschap, zonder alles zelf te willen oplossen. Het vraagt om gesprekken over samenwerking, het maken van scherpe afwegingen en het durven opschalen wanneer dat nodig is.
Daarbij spelen voortdurend vragen over rollen en verantwoordelijkheden. Wie doet wat? Wat mag je van elkaar verwachten? Welke verantwoordelijkheid ligt bij de professional en welke bij managers, beleidsmedewerkers of bestuurders?
Regievoeren is niet alleen een taak van de professional in de voorhoede. Ook gedragswetenschappers, beleidsmedewerkers, managers, contractbeheerders en kwaliteitsmedewerkers hebben een belangrijke rol in complexe casuïstiek.
Wanneer situaties vastlopen, dragen ook zij verantwoordelijkheid om beweging te creëren. Bijvoorbeeld door het gesprek aan te gaan met zorgaanbieders die zich terugtrekken, door knelpunten in beleid weg te nemen of door ruimte te creëren buiten het mandaat van een jeugdconsulent of hulpverlener.
De vraag die vaak gesteld wordt is: wie voert hier de regie?
Misschien is dat niet de meest helpende vraag. Regievoeren doe je samen. Iedereen draagt vanuit zijn of haar eigen rol en expertise bij aan de situatie. De gezamenlijke noemer is dat we verbonden blijven aan de casus, ook wanneer onze bijdrage beperkt is.
Dat geldt voor de professionals die direct betrokken zijn bij een gezin, maar net zo goed voor medewerkers op de achtergrond die invloed hebben op de mogelijkheden om tot oplossingen te komen.
Goed regievoeren ontstaat niet vanzelf. Het vraagt om bewuste keuzes binnen organisaties.
Daarom is het belangrijk om stil te staan bij vragen als:
Want regievoeren is geen individuele prestatie. Het is een gezamenlijke opgave.